← Kies een examen

Oefenen voor de European Tree Worker (ETW)

Bereid je voor met deze gratis oefentoets voor de European Tree Worker (ETW): 20 meerkeuzevragen met uitleg, 10 leerkaarten en een overzicht van onderwerpen. Dit onafhankelijke studiemateriaal is geen officiële aanbeveling of goedkeuring door EAC.

De examentaal en nationale vereisten voor EAC-certificering zijn afhankelijk van het examencentrum. Controleer de actuele informatie bij het centrum waar je examen wilt doen.

Vraag 1/20Score: 0/0

Een jonge loofboom groeit snel tijdens een droge periode. Welk proces verbindt het waterverlies via de bladeren het meest rechtstreeks met de verplaatsing van water vanuit de bodem?

Alles bekijken

1. Een jonge loofboom groeit snel tijdens een droge periode. Welk proces verbindt het waterverlies via de bladeren het meest rechtstreeks met de verplaatsing van water vanuit de bodem?
  1. Transpiratie veroorzaakt een zuigspanning die helpt water door het xyleem te verplaatsen
  2. Het floëem vervoert water vanuit de wortels omhoog als hoofdfunctie
  3. Kurkcellen in de schors pompen actief water naar de kroon
  4. Het kernhout vervoert het meeste water vanuit de bodem naar de bladeren

Uitleg: Water dat uit de bladeren verdampt, draagt bij aan een zuigspanning die water via het xyleem van de wortels naar de kroon trekt. Het floëem vervoert voornamelijk suikers en andere stoffen; kurk is beschermend weefsel en geen waterpomp. Kernhout geleidt doorgaans geen water, in tegenstelling tot functionerend spinthout.

2. Een boom heeft tegenoverstaande knoppen en bladeren, geveerd samengestelde bladeren en trossen enkelzadige gevleugelde vruchten. Welke determinatie wordt het best door deze combinatie van kenmerken ondersteund?
  1. Eik
  2. Es
  3. Berk
  4. Beuk

Uitleg: Tegenoverstaande vertakking, geveerd samengestelde bladeren en enkelzadige gevleugelde vruchten wijzen samen sterk op es. Eiken hebben verspreid staande bladeren en eikels; berken hebben verspreid staande enkelvoudige bladeren en kleine gevleugelde zaden; beuken hebben verspreid staande enkelvoudige bladeren en nootjes in een stekelige nap.

3. Een naaldboom helt blijvend over en vormt ongewoon sterk verdikt hout aan de onderzijde van de hellende stam. Wat is de meest waarschijnlijke verklaring?
  1. De boom vervangt xyleem door floëem om de helling te corrigeren
  2. De verdikking bewijst dat er een actieve houtrotkolom door schimmels in de stam zit
  3. De boom vormt reactiehout, bij naaldbomen doorgaans drukhout, om de mechanische ondersteuning aan te passen
  4. De verdikking toont aan dat het wortelstelsel niet meer functioneert

Uitleg: Naaldbomen vormen vaak drukhout aan de onderzijde van een hellende stam als reactiehout dat helpt de mechanische ondersteuning aan te passen. Dit kenmerk bewijst op zichzelf geen houtrot of worteluitval; xyleem wordt niet door floëem vervangen om de helling te corrigeren.

4. Een boom in een verdichte plantstrook heeft een ijle kroon en korte jaarscheuten. Welke bodemkundige beperking kan hier rechtstreeks aan bijdragen?
  1. Een grotere bodemdiepte, waardoor wortels het contact met de grond verliezen
  2. Een hoge porositeit van de bodem, waardoor wortels geen minerale voedingsstoffen kunnen opnemen
  3. Een groot aandeel stabiele bodemaggregaten, waardoor alle wortelademhaling stopt
  4. Minder poriënruimte, waardoor zowel de wortelbeluchting als de waterbeweging worden beperkt

Uitleg: Verdichting kan de poriënruimte verkleinen, waardoor de zuurstofuitwisseling wordt beperkt en de waterbeweging en wortelgroei worden gehinderd. Een goede porositeit verhindert de opname van voedingsstoffen niet vanzelf; stabiele aggregaten stoppen de wortelademhaling niet, en een grotere bodemdiepte verbreekt op zichzelf het contact tussen wortels en bodem niet.

5. Twee plantlocaties hebben een vergelijkbare bodemtextuur, maar op de ene is het oppervlak verslempt en infiltreert water zeer slecht. Welk onderscheid is het nuttigst om dit verschil te verklaren?
  1. Textuur beschrijft de verhouding tussen deeltjesgroottes; structuur beschrijft hoe de deeltjes in aggregaten zijn gerangschikt
  2. Textuur beschrijft de bodemkleur; structuur beschrijft de hoeveelheid minerale voedingsstoffen
  3. Textuur wordt bepaald door verdichting; structuur wordt uitsluitend bepaald door de bodemdiepte
  4. Textuur en structuur betekenen hetzelfde, dus het verschil in infiltratie moet door de boomsoort komen

Uitleg: Textuur betreft de relatieve verhoudingen zand, silt en klei; structuur betreft de rangschikking van deeltjes en aggregaten. Korstvorming en de toestand van aggregaten kunnen de infiltratie beïnvloeden, ook wanneer de textuur vergelijkbaar is. Kleur, voedingsstoffengehalte en diepte zijn andere eigenschappen.

6. Bij een groeiplaatsonderzoek blijkt de bodem gedurende een groot deel van het groeiseizoen waterverzadigd te zijn en nemen de fijne wortels af. Wat is de meest geschikte eerste interpretatie?
  1. Waterverzadiging verhoogt noodzakelijkerwijs de zuurstoftoevoer naar alle wortels
  2. Langdurige verzadiging kan de hoeveelheid zuurstof beperken die beschikbaar is voor de wortelademhaling
  3. Afname van fijne wortels bewijst dat de boom een voedingstekort heeft
  4. Verzadigde bodem kan de vitaliteit van de boom niet beïnvloeden zolang de kroon groen is

Uitleg: Met water gevulde poriën bevatten minder direct beschikbare zuurstof dan poriën gevuld met lucht. Langdurige verzadiging kan daarom de wortelademhaling en -functie belemmeren. Afname van fijne wortels heeft meerdere mogelijke oorzaken en bewijst geen voedingstekort; een groene kroon sluit wortelstress niet uit.

7. Bij een pas geleverde boom is de wortelaanzet bedekt met grond binnen de kluit. Wat moet de ploeg doen voordat de uiteindelijke plantdiepte wordt bepaald?
  1. De kluit dieper dan het omliggende maaiveld plaatsen zodat de boom niet kan bewegen
  2. De wortelaanzet bedekt laten om uitdroging van de stam te voorkomen
  3. De eerste gestelwortels lokaliseren en de boom zo planten dat de wortelaanzet niet wordt begraven
  4. Alle grond van de kluit verwijderen totdat elke fijne wortel blootligt

Uitleg: Door de wortelaanzet en de eerste gestelwortels te vinden, kan de juiste plantdiepte worden bepaald en wordt begraving van de stamvoet voorkomen. Extra diep planten kan de aanslag belemmeren; begraven voorkomt uitdroging niet betrouwbaar, en alle grond van een kluit verwijderen kan wortels onnodig beschadigen.

8. Tijdens de voorbereiding van een boom uit een container voor aanplant ontdek je vlak bij de stam verschillende strak rondlopende houtige wortels. Wat is de beste aanpak?
  1. Begraaf de rondlopende wortels diep zodat ze uit de buurt van de stam blijven
  2. Laat alle rondlopende wortels ongemoeid, want wortels verleggen hun groeirichting na het planten altijd vanzelf
  3. Verwijder het volledige wortelstelsel zodat nieuwe wortels vanuit de stam kunnen groeien
  4. Beoordeel en corrigeer de rondlopende wortels zorgvuldig vóór het planten en behoud waar mogelijk gezonde wortels

Uitleg: Strak rondlopende houtige wortels kunnen blijven doorgroeien en later de stam beperken of ertegenaan drukken. Beoordeel en corrigeer ze daarom zorgvuldig, met behoud van levensvatbare wortels. Ervan uitgaan dat ze vanzelf goed groeien is onbetrouwbaar; het volledige wortelstelsel verwijderen of het probleem begraven is niet passend.

9. Een boom die op een droge, onbeschutte plek is geplant, verwelkt kort na het planten. Welke maatregel heeft als eerste prioriteit voor een goede aanslag?
  1. Controleer het vochtgehalte rond de kluit, geef zo nodig passend water en controleer de drainage
  2. Dien een hoge dosis meststof toe om de scheutgroei direct te stimuleren
  3. Snoei het grootste deel van de kroon weg om eventuele wortelverstoring te compenseren
  4. Houd de kluit permanent verzadigd om verdere verwelking te voorkomen

Uitleg: Het vochtgehalte van de kluit controleren en passend water geven pakt een veelvoorkomend probleem bij de aanslag aan, zonder waterverzadiging te veroorzaken. Meststof verhelpt een watertekort niet en kan extra stress geven; zware kroonverwijdering is geen standaardvervanging voor goede wortelzorg. Permanente verzadiging kan de wortels van zuurstof beroven.

10. Een klimmer kort een tak in tot op een geschikte zijtak. Waar wordt de snoeiwond doorgaans het best aangebracht om de takaanzet te behouden en een goede wondreactie mogelijk te maken?
  1. Vlak tegen de stam, zodat er geen zichtbare stomp achterblijft
  2. Net voorbij de takschorsrichel van de gekozen zijtak, zonder de zijtak of de stam te beschadigen
  3. Op ruime afstand voorbij de zijtak, zodat de wond de takaanzet niet kan beïnvloeden
  4. In de stam, totdat het hout overal dezelfde lichte kleur heeft

Uitleg: Bij een reductiesnoei wordt de snede net voorbij de takschorsrichel van een geschikte zijtak aangebracht, waarbij de zijtak en stamweefsels behouden blijven. Een vlakke snede kan de stam beschadigen; een lange stomp is ongewenst en de plaats van de snede wordt niet bepaald door naar een specifieke houtkleur te zoeken.

11. Een jonge straatboom heeft twee krachtige, concurrerende topscheuten. De opdrachtgever wil een duurzame kroonstructuur ontwikkelen, niet direct het uiterlijk van een volwassen boom. Wat is de beste aanpak?
  1. Top beide topscheuten op dezelfde willekeurige hoogte
  2. Verwijder in één keer een volledige kroonhelft
  3. Voer selectieve, gefaseerde begeleidingssnoei uit om een geschikte topscheut te bevoordelen en voldoende levende kroon te behouden
  4. Laat verdere inspectie achterwege omdat de eerste snoeibeurt de kroonstructuur blijvend vastlegt

Uitleg: Met selectieve, gefaseerde begeleidingssnoei kan een geschikte kroonstructuur worden ontwikkeld, terwijl de hoeveelheid levende kroon die in één keer wordt verwijderd beperkt blijft. Het verwijderen van de helft van de kroon of het toppen van beide topscheuten kan grote wonden en zwakke hergroei veroorzaken. Jonge bomen moeten tijdens hun ontwikkeling gecontroleerd blijven worden.

12. Er zijn werkzaamheden gepland bij volwassen bomen. Welke maatregel beperkt het risico op schade het best voordat de machines arriveren?
  1. Ga ervan uit dat wortels alleen direct onder de stam groeien en laat voertuigen vlak langs de kroonrand rijden
  2. Sta tijdelijke materiaalopslag onder de kronen toe, omdat dit de stam niet raakt
  3. Begin met graven en beoordeel wortelschade alleen als de kroon later achteruitgaat
  4. Breng het relevante wortelgebied in kaart en bescherm het; spreek vooraf toegangs-, opslag- en bodembeschermingsmaatregelen af

Uitleg: Beschermingsmaatregelen vooraf plannen en communiceren kan schade door verdichting, graafwerk en andere werkzaamheden aan wortels en bodem beperken. Opslag en verkeer kunnen het wortelgebied beschadigen zonder de stam te raken; wachten op symptomen is te laat om schade te voorkomen en wortels kunnen veel verder reiken dan de stamvoet.

13. Een opdrachtgever vraagt om de bovenkroon zonder onderscheid te verwijderen omdat de boom te hoog zou zijn. Welke reactie past het best bij vakkundige boomverzorging?
  1. Verduidelijk het doel en bespreek een passende, proportionele oplossing; licht de waarschijnlijke gevolgen van toppen toe
  2. Top de hele kroon, want hoogte verminderen verbetert altijd de stabiliteit
  3. Verwijder alle takken boven een gekozen diameter, ongeacht hun positie
  4. Maak overal in de kroon vlakke snoeiwonden zodat deze sneller overgroeien

Uitleg: Verduidelijk eerst het doel en beoordeel in de gegeven omstandigheden alternatieven, zoals een passende kroonreductie of ander beheer. Toppen verbetert de stabiliteit niet automatisch en kan grote wonden en zwak aangehechte hergroei veroorzaken. Willekeurige takverwijdering en vlakke snoeiwonden kunnen eveneens vermijdbare schade veroorzaken.

14. Een boom heeft na een droge zomer ijle bladeren en afgestorven twijgtoppen. Wat is de meest verdedigbare eerste stap bij het onderzoek?
  1. Stel op basis van alleen de kroonverschijnselen wortelziekte vast
  2. Leg het patroon en de omstandigheden vast, inspecteer de boom en de groeiplaats en overweeg meerdere mogelijke oorzaken
  3. Pas een bestrijdingsmiddel toe voordat je op tekenen van plagen of ziekteverwekkers hebt gecontroleerd
  4. Concludeer dat de boom veilig is omdat er nog groene bladeren aan zitten

Uitleg: Een ijle kroon en afgestorven twijgtoppen zijn symptomen met meerdere mogelijke oorzaken, waaronder droogte, wortelverstoring, plagen of ziekten. Een systematische inspectie en beoordeling van de omstandigheden zijn nodig. De symptomen alleen stellen geen specifieke ziekte vast en bewijzen niet dat de boom veilig is; gebruik van bestrijdingsmiddelen moet volgen op een onderbouwde diagnose.

15. Tijdens een inspectie zie je een vruchtlichaam aan de voet van een boom naast een veelgebruikt pad. Wat is de beste vervolgstap?
  1. Verwijder het vruchtlichaam en beschouw de onderliggende zorg als opgelost
  2. Ga ervan uit dat de boom op korte termijn zal bezwijken, want elk vruchtlichaam bewijst ernstige instabiliteit
  3. Leg de locatie en toestand vast, beoordeel de boom en de personen en eigendommen die door bezwijken geraakt kunnen worden, en regel zo nodig nader onderzoek
  4. Negeer het zolang de kroon nog bladeren heeft

Uitleg: Een vruchtlichaam kan waardevolle aanwijzingen geven, maar toont op zichzelf niet de omvang van de aantasting of de kans op bezwijken aan. De positie, toestand van de boom en gevolgen van eventueel bezwijken moeten meewegen bij de verdere beoordeling. Het zichtbare vruchtlichaam verwijderen neemt onderliggende aantasting niet weg; bladbezetting van de kroon is op zichzelf niet doorslaggevend.

16. Een grote tak hangt boven een drukke ingang. Je ziet een verse scheur en recente beweging bij de takaanzet. Waar moet de directe reactie op gebaseerd zijn?
  1. Beoordeel alleen de omvang van de tak, want het gebruik van de plek is niet relevant voor het risico
  2. Wacht op de volgende geplande inspectie, want een scheur kan niet snel veranderen
  3. Beschouw de tak als veilig zolang hij nog niet is losgekomen
  4. Beoordeel de kans op bezwijken en de blootstelling van mensen of eigendommen, en neem proportionele tijdelijke voorzorgsmaatregelen

Uitleg: Een verse scheur en beweging kunnen wijzen op een veranderende toestand; doordat de tak boven een drukke ingang hangt, kunnen de gevolgen groot zijn. Mogelijk zijn proportionele tijdelijke maatregelen en tijdige professionele beoordeling nodig. Wachten of de tak veilig achten tot hij bezwijkt negeert veranderende gebreken. Risico hangt samen met zowel de kans als de gevolgen, niet alleen met de omvang.

17. Een boom vertoont aan één zijde bladverbranding na graafwerk in de nabije omgeving. Wat is de meest passende interpretatie?
  1. Het tijdstip en de locatie maken wortel- of bodemverstoring mogelijk, maar ook andere oorzaken moeten worden onderzocht
  2. Eenzijdige bladverbranding bewijst dat er een specifieke bladziekte aanwezig is
  3. De boom kan geen schade hebben opgelopen omdat het graafwerk de stam niet heeft geraakt
  4. Bladverbranding alleen toont aan dat de boom moet worden verwijderd

Uitleg: De nabijheid en timing van het graafwerk maken wortelschade, verdichting of veranderingen in de waterhuishouding aannemelijk, maar bladverbranding kan ook andere oorzaken hebben. De stam hoeft niet geraakt te zijn om schade aan het wortelgebied te veroorzaken. De symptomen alleen identificeren geen specifieke ziekteverwekker en bewijzen niet dat verwijdering nodig is.

18. Tijdens een werkbespreking blijkt dat een geplande taak een lang gereedschap dicht bij een bovengrondse elektriciteitsleiding kan brengen. Wat is de veiligste reactie?
  1. Ga door als de bediener denkt de afstand goed te kunnen inschatten
  2. Stop en beoordeel de taak opnieuw met de verantwoordelijke betrokkenen; pas vóór hervatting het lokaal geldende veilige werksysteem toe
  3. Gebruik niet-geleidend gereedschap en ga ervan uit dat daarmee alle elektrische risico’s zijn weggenomen
  4. Laat een grondmedewerker de leiding in de gaten houden terwijl de taak ongewijzigd doorgaat

Uitleg: Bij mogelijk contact met een bovengrondse leiding moet het werk worden stilgelegd totdat de gevaren, beheersmaatregelen en verantwoordelijkheden volgens het toepasselijke lokale systeem goed zijn beoordeeld. De afstand op het oog inschatten, uitsluitend vertrouwen op niet-geleidend gereedschap of een toezichthouder toevoegen zonder het werkplan aan te passen, beheerst niet alle elektrische risico’s.

19. Voordat een bediener een aangedreven zaaggereedschap gebruikt, ontdekt die een beschadigde beschermkap en een haperende bediening. Wat moet de bediener doen?
  1. Verwijder de beschermkap zodat deze niet achter takken blijft haken
  2. Werk voorzichtig door als het gereedschap nog start
  3. Stel het gereedschap buiten gebruik, meld de gebreken en gebruik pas geschikt materieel nadat het probleem is verholpen
  4. Vraag een collega om tijdens het gebruik de bediening op zijn plaats te houden

Uitleg: Een beschadigde beschermkap en een onbetrouwbare bediening zijn veiligheidsgebreken. Gebruik het gereedschap niet totdat het deugdelijk is gerepareerd of vervangen en gecontroleerd. Dat het gereedschap start, maakt het niet veilig; een beschermkap verwijderen of op een collega vertrouwen om het gebrek te compenseren, veroorzaakt extra gevaren.

20. Een boomverzorgingsteam bereidt zich voor op werk in een land waar de teamleden nog niet eerder hebben gewerkt. Welke aanpak voor wettelijke en certificeringseisen is verstandig?
  1. Ga ervan uit dat een gemeenschappelijke Europese kwalificatie alle nationale eisen vervangt
  2. Pas automatisch Britse regels toe omdat die in heel Europa uniform zijn
  3. Beschouw een meerkeuzetoets als bewijs van praktische vakbekwaamheid in elk land
  4. Controleer de toepasselijke nationale en lokale eisen, de locatievoorschriften en de EAC-certificeringsregelingen; ga er niet van uit dat de regels van een ander land gelden

Uitleg: Wettelijke verplichtingen, locatievoorschriften en nationale eisen kunnen verschillen. Controleer daarom welke eisen gelden op de werklocatie en welke certificeringsregelingen van toepassing zijn. Britse regels gelden niet automatisch in heel Europa, een toets vervangt geen praktijkbeoordeling en certificering heft nationale eisen niet noodzakelijkerwijs op.